Het Vijftigste Bestuur
der Utrechtse Geologen Vereniging


1994 - 1995



Historie

  • September
  • Oktober
  • November
  • December
  • Januari
  • Februari
  • Maart
  • April
  • Mei
  • Juni
  • Juli
  • Augustus
  • September
  • Oktober
  • En verder

  • 31 Juli t/m 17 Augustus - GBX naar Schotland

    Op 31 juli vertrok een delegatie van 17 U.G.V.-leden met een tweetal universiteitsbusjes naar het zuiden. Waarom naar het zuiden? Om alles financieel onder controle te kunnen houden, moest er bij Calais worden overgevaren, hetgeen resulteerde in een landing op de White Cliffs of Dover in het holst van de nacht. Echter, na een voorspoedige nachtelijke tocht werd reeds vroeg in de ochtend Malhalm Cove bereikt, waar onder de bezielende leiding van Peter Wanten (oud-UGV-er, maar inmiddels studerende te Manchester) een wandeling werd gemaakt naar één van de oudere, min of meer uitgestorven broertjes van de Niagara-waterval.

    's Avonds werd het kamp opgemaakt op de bonnie, bonnie banks of Loch Lomond, alwaar de reeds op de ferry aangeschafte whisky (Aberlour) al vroeg haar debuut maakte. De volgende dag bracht de groep verder noordwaarts via de Tyndrum lood- en zilvermijnen uit de Romeinse dagen en de vulkanische vallei van Glencoe, waar menig clanoorlog is uitgevochten. Het doel van de dag was het Isle of Skye. Skye spiegelt een groot gedeelte van de Schotse geologie af en zorgt zodoende voor een geweldige afwisseling tijdens rondritten over kleine afstanden. Het was er 's avonds ijskoud, maar enige warmte leek te vinden in de pub tegenover de camping, waar we binnenvielen onder leiding van onze tweede begeleider Alan Collins ("you guys gotta have a complete impression of Scottish geology!"). "Tevens maaltijden" stond er geschreven, maar 35 porties friet was toch teveel gevraagd. Dus werd op de camping provisorisch (windschermen en zo) een pot heerlijke macaroni gemaakt.

    Een nieuw kamp werd gevonden aan het strand van Achmelvich, waar 's ochtends dolfijnen konden worden bewonderd, maar waar het zeewater toch wel ontzettend koud was. Rondom het nabijgelegen Loch Assynth werd veelvuldig jacht gemaakt op trilobieten, hetgeen soms een aardig succesje opleverde. De meegebrachte liters Rotwein van de Basismarkt zorgden de laatste avond ter plaatse voor een nachtelijke beach-party en het afscheid van Alan was ontroerend. De volgende dag werd de Knockan Cliff bezocht waar de geologie van de Moine Thrust in een notedop aan de gemiddelde toerist wordt uitgelegd. De rest van de dag werd gebruikt om via een zeer fraaie route langs de uiterste noordkust van Schotland naar Thurso te reizen. Althans met één busje, want het andere moest eerst naar het ziekenhuis in Inverness vanwege een verstuikte enkel van Esther. 's Avonds waren we allen weer bijelkaar en bereidden we ons voor op speurtocht naar fossiele vissen onder begeleiding van de reeds gepensioneerde Jack Saxon. Voor meningeen was hier een eerste kennismaking met een battered haggish & chips.


    Weer een dag later werden we, bij gebrek aan vast land in noordelijke en westelijke richting, gedwongen het zuiden weer op te zoeken. De Highlands waar we inmiddels allen verliefd op waren geworden verdwenen al snel achter ons en de 'most famous Helmsdale Boulder Beds' werden ons uitgelegd door dr. Nigel Trewin van de universiteit van Aberdeen. Via een bezoek aan Loch Ness (je moet wel) en een overnachting in Inverness ging het de volgende ochtend naar The Glen Livet distillery (om half 10 een dram op de bijna nuchtere maag!)

    's Middags namen wij deel aan de Tuck-o-War wedstrijden op de Highland Games van Ballater. Beter gezegd, dat wilden wij, maar de juffrouw aan de inschrijftafel snapte het allemaal niet zo goed, dus we werden nooit naar voren geroepen. Toen hebben we na afloop de winnaars maar uitgedaagd en werd the Whole of Holland door the Seven of Elgin alsnog onder de grond getrokken! Maar ja, wij hadden geen spikes en hoefijzers onder onze gympies. Onze ijsbeer Thomassen verliet de games met een 30-delig servies gewonnen bij de loterij. De volgende dag bracht een bedrijfsbezoek aan de exploratiereus Schlumberger. En 's avonds hielden we een barbecue met veel vlees, bier en stoeipartijen.

    We bleven city-gericht want de rit ging naar Edinburgh. Daar voegde Alan Collins zich weer bij ons en hij leidde ons rond langs de fijnste pubs van Edinburgh. Vele soorten bier en whisky passeerden onze smaakpupillen en toen we onszelf ervan overtuigd hadden dat de (boven-)gemiddelde Utrechtse student toch wel wat meer gewend is dan z'n Schotse verwant, dropten we een wankele Collins in de buurt van zijn kamer en zochten we onze camping weer op.

    Het hoogtepunt van de excursie werd de volgende dag bezocht: we maakten een pelgrimstocht naar het heilige der heilige, Siccar Point, alwaar James Hutton in de 18e eeuw zijn wonderbaarlijke theorie over discordanties ontwikkelde en waar het dus eigenlijk allemaal begonnen is voor ons aardwetenschappers. Uiteraard werd de enige echte Orbis Terrae Tremulus U.G.V.-sticker op de lokatie achtergelaten! En toen brak onvermijdelijk het uur van de terugreis aan...