NGV-Geonieuws 5 artikel 63



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 1999, jaargang 1 nr. 5 artikel 63

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 5! Op de huidige pagina is alleen artikel 63 te lezen.

<< Vorig artikel: 62 | Volgend artikel: 64 >>

63 Problemen bij opslag van aardolie in verlaten zoutmijn
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Bryan Mound zoutdiapier nabij Freeport (Texas) heeft geruime tijd gediend om, via oplossing, zout te winnen. Daarbij zijn vier grote holtes ontstaan. In 1977 werd besloten om die holtes, in het kader van de aanleg van een strategische olievoorraad, te gebruiken voor de opslag van ruwe olie. Tussen 1980 en 1984 werden daartoe in dezelfde zoutdiapier nog 16 extra ruimten gevormd.

Inmiddels is met de opslag van olie in deze zoutdiapier ruime ervaring opgedaan. Daarover berichtten twee geologen met dezelfde naam en initialen (Karl M. Looff en Kurt M. Looff) op een bijeenkomst die van 15 tot 17 september in Lafayette werd gehouden door de Gulf Coast Association of Geological Societies. Die ervaring blijkt niet onverdeeld gunstig: er hebben zich inmiddels 54 gevallen voorgedaan van grote afstortingen van de wanden en de 'daken' van de oplosholten. In sommige ruimten lopen die afstortingen op tot honderden tonnen per jaar; in een van de holtes is dat zelfs gemiddeld 9800 ton per jaar. Opvallend genoeg zijn er echter ook ruimtes waar geheel geen noemenswaardige afstortingen plaatsvinden.

De vraag waarom de ene ruimte wel veel schade oplevert en de andere niet, is uiteraard van groot economisch belang bij het gebruik van de oplosholtes als opslagruimten. Om die vraag te beantwoorden is een gedetailleerde kartering van de diapier uitgevoerd (met geofysische methoden), waarbij zeer verfijnde apparatuur ook bewegingen van het zout in de diapier registreerde. Daarbij is gebleken dat er in de diapier, die een doorsnede heeft van ongeveer 1500 x 2000 m, twee centrale assen bestaan waarlangs het zout beweegt. In het gebied tussen die twee assen blijken de meeste afstortingen van zout voor te komen. Hoe verder van deze zone af, hoe geringer - via een overigens niet geheel regelmatig patroon - de afstortingen in aantal en omvang. Opvallend is dat in het gebied direct rondom de twee assen waarlangs de zoutbeweging plaatsvindt, geheel geen afstortingen hebben plaatsgevonden.

De gevonden relatie tussen de stabiliteit van de holten en de differentiŽle zoutbewegingen wordt van groot belang geacht voor het ontwerp van toekomstige opslagruimten in zoutdiapieren. Daarbij wordt voor de zoutdiapiren langs de Golf van Mexico vooral gedacht aan tijdelijke opslag van olie en gas.

Referenties:
  • Looff, K.M. & Looff, K.M., 1999. Possible geologic influence on salt falls associated with the storage caverns at Bryan Mound, Brazoria County, Texas, 1999. Geology and geochemistry of gas hydrates, central Gulf of Mexico continental slope. In: W.C. Terrell & L. Czerniakowski (red.): Transactions forty-ninth annual convention of the Gulf Coast Association of Geological Societies (Lafayette, 1999), p. 322-331.


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl