NGV-Geonieuws 91 artikel 557

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2005, jaargang 7 nr. 8 artikel 557

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 91! Op de huidige pagina is alleen artikel 557 te lezen.

<< Vorig artikel: 556 | Volgend artikel: 558 >>

557 Bewegingen van breuksysteem van Roerdalslenk nauwkeurig bepaald
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vanuit Limburg loopt een actief breuksysteem naar het noordwesten. Het gaat om een slenk die in ZW Nederland bekend staat als de Roerdalslenk. Deze slenk, die zon 20 km breed en zon 130 km lang is, is in het noorden begrensd - via de Peelrandbreuk - door de Peelhorst, en in het zuiden door de Feldbiss, een breuk die het slenksysteem scheidt van het Campine blok. De Roerdalslenk is te beschouwen als een aftakking van de Boven-Rijndalslenk die de loop van de Rijn over honderden kilometers door Duitsland bepaalt. Het breuksysteem van de Roerdalslenk behoort tot de meest actieve van Europa, zoals onder meer blijkt uit de aardbevingen die in 1992 bij Roermond en in 2002 bij Aken optraden.


Breuksysteem van de Roerdalslenk, begrensd door de Peelrandbreukzone (PBFZ) in het noorden en de Feldbissbreukzone (FFZ) in het zuiden

Gedurende de laatste tientallen miljoenen jaren is de ontwikkeling van de Roerdalslenk benvloed door twee verschillende breuksystemen: het Noordzee-slenksysteem in het noorden en het West-Europese slenksysteem in het zuiden. Hoe de bewegingen langs de talrijke breukvlakken in die tijd plaatsvonden, was slechts bij benadering bekend. Omdat de Feldbiss aan het oppervlak is ontsloten, is een duidelijke verticale verspringing van de pakketten aan weerszijden van deze breuk goed vast te stellen. Uit boringen blijkt bovendien het karakter van de Roerdalslenk en de Peelhorst overduidelijk, zodat aan verticale bewegingen niet hoeft te worden getwijfeld. Toch vertoont het breuksysteem karakteristieken die erop wijzen dat de blokken vooral langs elkaar heen schuiven.


Verticale breukbeweging van de Peelrandbreukzone ten westen van Roermond begrenst een terras en het gebied met duinen

Met een nieuw, digitaal model met een hoge graad van nauwkeurigheid is nu vastgesteld dat er in de laatste miljoenen jaren echter alleen verticale bewegingen hebben plaatsgevonden. De snelheid waarmee deze bewegingen plaatsvinden, blijkt af te hangen van de locatie. Zo blijkt de (uiteraard sprongsgewijze) verplaatsing langs de Feldbiss gemiddeld zon 55-65 mm per 1000 jaar te bedragen; voor het zuidoostelijke deel van de Peelrandbreuk is die waarde goed vergelijkbaar: 65 mm per 1000 jaar. Voor het noordwestelijke deel van de Peelrandbreuk gelden echter veel hogere waarden: het gaat daar om een verticale beweging van gemiddeld 200 mm per 1000 jaar.

De onderzoekers verklaren de verschillen mede op basis van de grootschalige vorm van de slenk: in het zuidwesten is er sprake van een echte slenk, terwijl er in het noorden nog maar n breukbegrenzing is (halfslenk). Bovendien is er sprake van loodrecht op de slenkrichting staande rek, die in het noordwesten groter is dan in het zuidoosten. Uit de ruimtelijke verdeling van de sedimenten blijkt dat deze rek al sinds het begin van het Mioceen zo moet hebben bestaan. De rek wordt veroorzaakt door de linkswaarts gerichte beweging van de BovenRijndalslenk, die een gevolg is van de NW gerichte druk die wordt uitgeoefend door de beweging van de Afrikaanse schol tegen de zuidrand van Europa. Zo blijkt ook de huidige Nederlandse geologische ontwikkeling te worden benvloed door continentbeweging!

Referenties:
  • Michon, L. & Balen, R.T. van, 2005. Characterization and quantification of active faulting in the Roer valley rift system based on high precision digital elevation models. Quaternary Science Reviews 24, p. 457-474.

Figuren welwillend ter beschikking gesteld door Ronald van Balen, Vakgroep Kwartairgeologie en Geomorflogie, Vrije Universiteit, Amsterdam. illustratiesuggestie: zie bijgevoegde 2 elektronische figuren (roerdal).


Copyright NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl