516 Doopvontschelp dient als paleothermometer Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon |
|

Het onderzochte exemplaar van Tridacna gigas
De doopvontschelp (Tridacna gigas) behoort tot de grootste schelpen uit de geologische geschiedenis. Ze kunnen meer dan een meter groot worden, en een leeftijd van enkele tientallen tot zelfs enkele honderden jaren bereiken. Ze hebben een compacte schaal (van aragoniet, CaCO3), die jaarlijks snel dikker wordt: tot een centimeter per jaar. Dat is aan de hand van 'jaarringen' vast te stellen. Aan de binnenkant van de schaal kunnen bij microscopisch onderzoek zelfs de dagelijkse aangroeiingen worden teruggevonden. Al met al bevatten deze schelpen dus een schat aan informatie over hun leefomstandigheden voor degene die daar op de juiste wijze naar zoekt.

Groeiringen in de onderzochte doopvontschelp
| 
Recente doopvontschelp van het Great Barrier Rif
|
Dat is gebeurd door een aantal Japanse onderzoekers, die een fossiel exemplaar van deze soort aan een nauwgezet onderzoek onderwierpen. De schelp was afkomstig van Kume, een eiland in een Japanse archipel; het is het meest noordelijke gebied tot waar deze soort in het verleden voorkwam. De ouderdom van de schelp werd met C-14 bepaald op 6216 jaar B.P. (Midden-Holoceen). Zijn leeftijd bedroeg bij zijn sterven 60 jaar.
Van deze schelp werden de concentraties van de stabiele isotopen van de aanwezige koolstof (C-13) en zuurstof (O-18) bepaald, en de resultaten van die analyses werden vergeleken met de gegevens die de dagelijkse 'groeiringen' opleverden. Hierbij is van belang dat de verhouding tussen de zuurstofisotopen in de kleppen van schelpen algemeen wordt erkend als een goede 'paleothermometer', omdat de verhouding van deze isotopen in de kleppen gelijk is aan die in het bovenste deel van het zeewater (dat geldt in ieder geval voor de doopvontschelp) en dat die watertemperatuur een weerslag is van het klimaat.
Niet alleen bleek uit deze analyses dat gedurende het Midden-Holoceen het water op het noordelijk halfrond warmer was dan nu (dat was al bekend en was een gevolg van een grotere zonneinstraling), maar ook kon worden vastgesteld dat de watertemperatuur cycli vertoonde van 11-14 jaar, zoals dat ook nu het geval is. Het is voor het eerst dat dit voor zo ver terug in de tijd kon worden vastgesteld. Daarmee heeft de doopvontschelp zijn waarde als paleothermometer ruimschoots bewezen.
Referenties:- Watanabe, T., suzuki, A., Kawahata, H., Kan, H. & Ogawa, S., 2004. A 60-year record from a mid-Holocene fossil giant clam (Tridacna gigas) in the Ryukyu Islands: physiological and paleoclimatic implications. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 212, p. 343-354.
Foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Tsuyoshi Watanabe, Divsion of Earth and Planetary Sciences, Graduate School of Science, Hokkaido University, Sapporo (Japan). |