NGV-Geonieuws 18 artikel 197



NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 April 2002, jaargang 4 nr. 6 artikel 197

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 18! Op de huidige pagina is alleen artikel 197 te lezen.

<< Vorig artikel: 196 | Volgend artikel: 198 >>

197 Eemien had stabiel klimaat
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Er lijkt geen reden om aan te nemen dat we in het huidige tijdsgewricht - dat door alle deskundigen wordt beschouwd als een tijd tussen twee ijstijden in - met grote klimaatfluctuaties zullen worden geconfronteerd. De vorige tussenijstijd, het Eemien (dat van 127.000 tot 110.000 jaar geleden duurde), werd tenminste ook gekenmerkt door een stabiel klimaat. Dat is de opzienbarende conclusie die Engelse, Franse, IsraŽlische en Tsjechische onderzoekers trekken na een gedetailleerde analyse van een boorkern die uit een Frans meer is opgehaald. In dat meer (een met water gevulde kraterpijp van een reeds lang niet meer werkende vulkaan) bij Ribain heeft de sedimentatie langdurig ononderbroken plaatsgevonden. De sedimenten bevatten zeer veel diatomeeŽn (kiezelwieren) maar ook veel stuifmeelkorrels. Op basis daarvan, in combinatie met een analyse van de verhouding tussen de zuurstofisotopen in de kiezelpantsers van de diatomeeŽn, hebben de onderzoekers een gedetailleerd inzicht gekregen in de temperatuurfluctuaties gedurende het gehele Eemien, met bovendien de overgang naar de laatste ijstijd.

Wetenschappelijk gezien was de vondst van de ononderbroken boorkern zeer welkom, want de meningen over de klimaatfluctuaties binnen het Eemien liepen sterk uiteen. Dat komt omdat de meeste gegevens betrekking hadden op korte tijdstrajecten, vaak sterk regionaal bepaald waren, moeilijk aan elkaar te koppelen waren, en vooral gebaseerd waren op analyses die slechts benaderende interpretaties mogelijk maakten. Deze lappendeken van informatieplukjes is er waarschijnlijk mede oorzaak van dat het Eemien algemeen werd beschouwd als een tijdspanne waarin de temperatuur vaak en heftig heeft gefluctueerd. Zo werd onder meer aangenomen dat ergens midden in het Eemien een tijdsinterval bestond waarin de temperatuur zodanig zakte dat er van een kleine ijstijd gesproken zou kunnen worden. Die veronderstelling blijkt nu dus volstrekt onjuist.

Het klimaat was, zeker in centraal en zuidelijk Europa gedurende de eerste 10.000-12.000 jaar van het Eemien, volgens de onderzoekers zeer stabiel (en warmer dan nu). In de daarop volgende 10.000 jaar bleef het klimaat stabiel, maar lagen de temperaturen wel wat lager. Pas daarna werd het, met de inzet van de laatste ijstijd, veel kouder. Hieruit trekken de onderzoekers - misschien toch ietwat voorbarig - de conclusie dat we nu niet bang hoeven te zijn voor een plotselinge temperatuurdaling als er een nieuwe ijstijd begint. Voordat het zover is zal volgens hen eerst een langdurige periode volgen waarin het weliswaar wat kouder wordt, maar die temperatuurdaling zal niet zo groot zijn dat onze samenleving daar drastisch door zal veranderen.

Referenties:
  • Rioual, P., Andrieu-Ponel, V., Rietti-Shati, M., Battarbee, R.W., Beaulieu, J.-L. de, Cheddadi, R., Reille, M., Svobodova, H. & Shemesh, A., 2001. High-resolution record of climate stability in France during the last interglacial period. Nature 413, p. 293-296.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Klimaat bleef stabiel in het Eemien, de vorige tussenijstijd' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (29 september 2001).


Copyright © NGV 1999-2014
webmaster@geologischevereniging.nl